Zwangerschap en borstvoeding


Home
Stichting
Vacatures
Schildklier
Activiteiten
Patiëntbelangen
Publicaties
Nieuws
Mijn ervaring
Oproepen
Dossiers
Zwangerschap
Links
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Medewerkers login



HOME >
 

Schildklier, vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding

 

Na vijf miskramen, twee voldragen zwangerschappen, twee bevallingen, twee kinderen, eerst een meisje en toen een jongen en twee borstvoedingsperioden maak ik de balans op in dit ervaringsverhaal. Ik hoop dat jullie er iets aan hebben.

 

(Neem met vragen over zwangerschap en schildklieraandoeningen ook altijd even contact op met de arts. Verander niet zonder overleg met de arts de dosis schildklierhormoon.)

 

Zwanger raken en net zwanger zijn


Een niet goed ingestelde schildklier kan vruchtbaarheid verminderen of (herhaalde) miskramen en vroeggeboorten veroorzaken. Vóór en tijdens zwangerschap heb ik mijn TSH net onder of op 1 gehouden. De oorzaak van de miskramen kon steeds niet worden vastgesteld. Ik besloot toen bij iedere volgende zwangerschap bloedverdunners te gebruiken. Bij de daarop volgende zwangerschappen bleef ik zwanger.

 

Overigens raad ik niemand aan om op eigen houtje bloedverdunners te gaan gebruiken. Maar bij herhaalde miskramen zou je in goed overleg met je arts kunnen wijzen op een wetenschappelijk onderzoek in het AMC, waaraan vrouwen met herhaalde miskramen (zonder chromosoomafwijkingen) mee kunnen doen. Deze vrouwen krijgen bloedverdunners.


Ongeveer drie jaar geleden schreef ik dit ook in ons Schildkliermagazine en sinds die tijd kreeg ik vijf reacties van schildklierpatiënten met herhaalde miskramen die in overleg met hun arts ook overgingen op bloedverdunners en daarna zwanger bleven. En een collega van me, die geen bewezen schildklierprobleem heeft, overkwam hetzelfde.

 

Toen ik zwanger bleef heb ik meteen mijn schildklierwaarden laten bepalen en daaruit bleek dat mijn TSH bij mijn eerste zwangerschap pas in de negende week boven de 2 uitkwam. Bij mijn tweede zwangerschap bleek mijn TSH al bij de vierde week boven de 2 te zijn.


Meer informatie over deze onderwerpen: dossier zwangerschap


Bij mijn tweede zwangerschap moest ik veel meer ophogen dan bij mijn eerste zwangerschap. Ik ben de eerste 14 weken bij beide zwangerschappen erg misselijk geweest, maar daarna voelde ik me veel beter dan ooit! Alle hormonen leken eindelijk op hun plaats te zitten. Alleen had ik beide keren last van hardnekkig exceem, waarvoor ik niets kon gebruiken. Vooral ’s nachts was dat soms afzien. En later in de zwangerschap kreeg ik carpaal tunnelsyndroom.


Ik heb steeds om de zes weken de TSH laten prikken. Maar ook als ik klachten had van te veel vermoeidheid of gewrichts- en bekkenklachten (bleek bij mij een duidelijk signaal van een verhoogd TSH). Bij mijn eerste zwangerschap hoefde ik niet veel op te hogen (25 mcg), maar bij mijn tweede zwangerschap bijna 100 mcg meer!


Mijn ervaring is dat artsen soms adviseren om te wijzigen met te grote hoeveelheden, terwijl 6,25 mcg thyrax al veel kan doen. Ik heb ook gemerkt dat je goed naar je eigen lichaam moet luisteren hierbij. Helaas lijken zwangerschapsklachten veel op schildklierklachten. Zo kon ik mijn vriendin laten weten als zij klaagde over zwangerschapsklachten: “En hoe jij je nu voelt, zo voel ik me heel vaak zonder dat ik zwanger ben.”

 

Cytomel


Door het gebruik van cytomel wordt de TSH vaak onderdrukt en kun je die niet meer gebruiken als indicator of je moet ophogen of juist verlagen. Dan kun je niet meer simpel de TSH rond de 1 houden. Je moet dan nog beter naar je lichaam luisteren en signalen van hyper en of hypovan jouw lichaam herkennen. Overigens zeggen alle artsen dat je geen cytomel moet gebruiken tijdens de zwangerschap omdat de hersenen van een foetus FT4 nodig hebben. Als de cytomel de TSH verlaagt kan het zijn dat je daardoor minder T4 inneemt dan je nodig hebt.

 

Vlotheid van het op gang komen van de bevalling, veel te vroeg of ver overtijd …


Er zijn vermoedens dat de hoogte van het FT4 van invloed is op de bevalling. Spontaan, vlot, niet uit zichzelf startend, langzaam, met complicaties, etc. Meer kan hierover nu nog niet worden gezegd, omdat het onderzoek nog in volle gang is. Ik merkte op het eind dat ik toch weer hypo was en omdat ik bang was voor te lang overtijd zijn daardoor (met risico’s voor de foetus), heb ik op het laatst toch nog opgehoogd. Dit zal ik nooit weer doen. Ik ben altijd tien dagen moe na een ophoging. Daardoor was ik drie dagen voor en zeven dagen na mijn uitgerekende datum moe.


De weeën kwamen uit zichzelf op gang, maar na twee dagen en nachten had ik nog maar 3 centimeter ontsluiting. In het ziekenhuis hebben ze daarom weeënversterkers gegeven en nadien een ruggeprik. Ik reageerde met koorts op de medicatie van de ruggeprik. Daardoor kreeg ik uit voorzorg antibiotica, wat achteraf onnodig bleek. Ik kreeg koorts tijdens de bevalling en had drie dagen jeuk door die antibiotica.

 

Afbouwen medicatie na de bevalling


De dag na de bevalling mocht ik terug naar de dosering medicatie van voor de zwangerschap. Ik was de eerste dagen na de bevalling steeds aan het  “hyperen”. Ik kon niet slapen ook al sliep de baby wel. Na mijn tweede bevalling (na zo’n grote ophoging tijdens de zwangerschap) sloeg het hyperen na een paar dagen ineens om in een hypo met flinke vermoeidheid, stemmingswisselingen, prikkelbaarheid, gewrichtsklachten, chaotisch in mijn hoofd en niet helder kunnen denken.


Had ik het over mogen doen, dan had ik ervoor gekozen om langzaam af te bouwen. Ik vind het in de eerste weken met een baby die veel last heeft van krampjes en daardoor veel wakker is ’s nachts fijner om iets te hyperen dan om hypo te zijn.


Het was nu zo tegenstrijdig: De eerste dagen, toen ik hyperde, moest ik van de kraamverzorgster in bed blijven liggen, maar toen wilde ik van alles ondernemen. En de laatste dagen van mijn kraamtijd wilde ik in bed blijven liggen, terwijl ik toen van de kraamverzorgster mijn bed uit moest. Zij mat mijn hartslag iedere dag op en verbaasde zich over het verloop. Van 120 slagen per minuut ging die naar 80 slagen per minuut. Zij vond dat ze bij de opleiding tot kraamverzorgster eigenlijk meer moeten vertellen over de kraamtijd van schildkliervrouwen.  Om ze beter te kunnen begeleiden.

 

Borstvoeding, (te) veel melk en te weinig melk. Hoe ik dat heb opgelost


De eerste bevalling was met een keizersnede. Door alle medicatie, de operatie en het verblijf in het ziekenhuis (verschillende diensten, verschillende adviezen en veel onrust doordat er veel mensen op je kamer komen) kwam de borstvoeding niet goed op gang. Met kolven kon ik dat gelukkig oplossen en eenmaal thuis ging het wel goed. Na de tweede bevalling was ik gelukkig snel thuis. Dankzij het hyperen van de eerste dagen kwam de borstvoeding meteen op gang. Mijn zoontje was binnen acht dagen boven zijn geboortegewicht.


Ik had erg veel melk, moest masseren ter voorkoming van een borstontsteking. Echter, door de flinke terugval naar hypo merkte ik dat ik ineens melk tekort kwam. Mijn zoontje kwam vaker, vooral in de avond. Toen heb ik weer opgehoogd was kreeg ik weer meer melk. Logisch trouwens, want toen ik hyperde had ik heel veel energie en toen ik hypo was, was zelfs twee keer de trap op gaan al te vermoeiend. Dus had het lichaam geen energie meer om ook nog borstvoeding te maken. Ik moest hierdoor mijn baby veel vaker aanleggen dan gebruikelijk. Met meer hormoon kreeg hij meer melk. Ook het inlassen van middagrust door een uurtje te gaan liggen hielp iets.

 

Tijdens de verdere borstvoedingsperiode heb ik er daarom voor gekozen om iets tegen het hyperen aan te zitten met de medicatie. Als ik hyper krijg ik stijve gewrichten, met name in mijn hand en vingers. Als ik dat heb, minder ik een kwart blauwtje van de thyrax en na een paar dagen ben ik goed en scherp ingesteld. Door net tegen het hyperen aan te zitten met de medicatie had ik na een zorgdag (oudere dochter en mijn baby) nog net genoeg melk voor de baby. Maar ’s avonds na acht uur was het altijd op. Dan merkte ik dat mijn baby nog honger had en daardoor nog niet wilde slapen. En ik wilde graag dat hij de nachten zover mogelijk doorsliep zodat ik beter kon herstellen.


In het begin gaf ik dan ’s avonds 30 tot 50 ml kunstvoeding. Dat was voldoende om mijn zoontje tot ongeveer vijf uur ’s ochtends te laten slapen. Omdat ik dan ook meteen ging slapen had ik om vijf uur weer voldoende borstvoeding. Toen ben ik steeds om vijf uur, na de eerste voeding van mijn zoontje, gaan kolven. Dat leverde steeds meer, uiteindelijk tussen de 75-100 ml op.


Later in de borstvoedingsperiode dronk mijn zoontje maar één borst rond vijf uur (daar zat dan voldoende in blijkbaar) en de andere borst kon ik afkolven. Die bewaarde ik tot ’s avonds. In plaats van de kunstvoeding gaf ik dan de afgekolfde voeding en dat werkte super. Hierdoor sliep mijn zoontje weer tot vijf uur en dan had ik weer voldoende voeding. Des te ouder mijn zoontje werd, des te later in de nacht hij kwam. En ineens sloeg hij de nacht over. Toen moest mijn lichaam wel weer wennen, want aanvankelijk zorgde dat er even voor dat de borstvoeding weer terug liep, maar mijn lichaam paste zich snel weer aan deze nieuwe situatie aan.

 

Ook als je stopt met de borstvoeding kan aanpassing van je medicatie nodig zijn. Ik moest  ook meteen letten op mijn eetpatroon om niet te veel aan te komen na het stoppen met de borstvoeding. Want dankzij de borstvoeding kun je wat meer eten zonder aan te komen.

 

Schommelen en klachten na de bevalling


Ik ben lang bezig geweest voordat mijn TSH en FT4 eindelijk weer op het niveau waren van voor de zwangerschap. Als ik dat over zou mogen doen, had ik niet zoveel veranderd in mijn medicatie. Dan had ik vanaf hyperniveau langzaam per 25 of 12,5 mcg afgebouwd totdat de hyperverschijnselen weg waren. Nu ben ik hyper, hypo, hyper, hypo en weer hyper geweest. En iedere keer koste het me tien dagen voordat de vermoeidheid als gevolg van een ophoging weer weg waren. En dat was zwaar omdat ik de hele dag de zorg had over mijn twee kinderen, waarvan er eentje al rondliep.


Na mijn eerste zwangerschap heb ik alleen maar de opgebouwde 25 mcg meteen afgebouwd en dat was alles, maar nu moest ik 100 mcg omlaag en daarna weer 50 mcg omhoog, heel raar!


Volgens mijn arts komt dit door het schommelen van de schildklier na een zwangerschap. De ziekte komt dan weer terug, omdat de antistoffen die tijdens de zwangerschap weg waren, weer terugkomen. Dit klieren kan zelfs tot een jaar na de bevalling duren. Hierdoor schommelt de hormoonhuishouding in je lichaam, waardoor je allerlei klachten hebt. Ik heb heel lang opvliegers gehad, prikkelbaarheid, vergeetachtigheid (heb ik nu nog), vermoeidheid, de spier- en gewrichtsklachten kwamen weer terug, (bijvoorbeeld rugklachten) en ik was en ben nu nog steeds chaotisch.


Veel ging en gaat er langs me heen (alsof ik “op non-actief” sta), ik reageer dan pas na een tijdje. Ook een hele vervelende klacht is, dat ik bij het spreken de dingen die ik wil zeggen verkeerd zeg, of alle dingen door elkaar haal. Vaak merk ik dat zelf niet eens. Ik hoor dan van mijn man of leerlingen (ik ben docent) wat ik heb gezegd en verbaas me steeds weer daarover. Ik maak me daar ook zorgen over. Des te minder ik slaap, des te erger dit is. Gelukkig heb ik veel steun (gehad) van mijn man en mijn moeder.

 

Afvallen na de bevalling?


Helaas was ik dertig kilo aangekomen tijdens de laatste zwangerschap. Vijfentwintig kilo bij mijn dochter en nu dertig kilo. Beide keren is het me gelukt om binnen negen maanden na de bevalling weer terug te komen op mijn oude gewicht. Dit door één dag in de week alles te eten en snoepen wat ik maar wilde en de overige zes dagen mezelf te houden aan de geadviseerde gezonde voedingsrichtlijnen (2 stuks fruit, 200 of meer gram groente, 5 boterhammen, etc). En zo min mogelijk suiker. Naast de “scherpe” instelling van de medicatie.


Ik merk dat het lichaam soms raar reageert, de ene dag lijk ik een halve kilo te zijn aangekomen en twee dagen later ben ik ineens een kilo kwijt. Het is daarom beter om maar één keer in de week op de weegschaal te gaan staan.

 

Tot slot


Ik ben blij dat ik het geluk heb gehad om zwanger te mogen blijven en twee kinderen te krijgen. Ik hoop dat dit jou, als je dat tenminste wilt, ook overkomt!

 

Ilze

 

  


 
 


 
 

Poll
Heeft u de donateur raadpleging ingevuld?

ja

nee
Aantal stemmen:5152
Contact     
  Wat een klier! | Brochures

A A
powered by
easy-content.nl