Midden in de nacht. De nacht van mijn leven
natuurlijk. 'Mijn leven' dat zijn de woorden die ik voor mijzelf vaak herhaal.
Want mijn leven is verbonden aan een persoon die Anita heet. Een persoon die
van shoppen houdt, maar nu geen winkel kan vinden, waar een nieuwe schildklier
verleidelijk ligt in de etalage van de outletstore De Maakbare Mens.
Het is
december 2003, de maand waarin mijn lieve moeder komt te overlijden, de maand
waarin ik na een heftige infectie besluit de daarna ontstane bobbel in mijn nek
te laten nakijken. Meer dan twee weken dodelijke spanning vanwege het verdomde
K-woord. Gelukkig komt de verlossing in het nieuwe jaar. Struma en daar valt
heel goed mee te leven. Ontsierlijk, maar ik ben happy. Een tweede oorzaak van
de toch al vage klachten na de diagnose burn-out/depressie.
Een
dergelijk geschenk komt mooi uit de hemel vallen. Ondanks mijn tanende huwelijk
pers ik er een fanatieke wilskracht uit. Ik sla een nieuwe weg in; gewapend met
een dosis kennis uit zelfhulpboeken. De struma verdwijnt naar de achtergrond
want dat was zoiets als kippen met een dikke krop? Onderzoeken, bezoeken aan de
huisarts volg ik keurig op. Ik weet niet beter dan dat ik in goede handen ben.
Een soort van naïef vertrouwen denk ik nu achteraf.
De
ommekeer komt in 2006. Na een verschrikkelijke emotionele scheiding ga ik terug
naar de huisarts. Vervelende vragen over mijn bobbel ben ik zat. Het kan zeker
geen kwaad te onderzoeken of hij weggehaald kan worden. Het bezoek aan de
chirurg is heel gezellig. Een aimabele man. Nee, de bult kan geen kwaad en
alleen als ik het erg graag wil kan ik onder het mes. En dat is juist hetgeen
ik eigenlijk niet wil. Ik wil vooral het hardlopen blijven beoefenen, want uit
het niets heb ik door geweldig trainen en doorzetten de marathonafstand
gelopen.
Dat was
geen probleem. Met een halve schildklier kan het allemaal best. Daar kan ik
even niets tegenin brengen. Juli 2006 is de ingreep. Door de problemen zie ik
weinig vrienden en oude kennissen. Ik weet alleen een ding; twee weken rust en
daarna kan ik weer gaan trainen. Het lopen is mijn levensadem, mijn vrijheid,
mijn super ik. Dus even onwennig als ongeduldig weet ik de draad weer op te
pakken. Totdat ik op controle kom. De chirurg wederom beminnelijk in zijn
voorkomen vertelt me dat het weefsel niet goed is. Ik geloof dat het K-woord
niet is gevallen. Ik kijk hem ongelovig aan en denk nu moet je je groot houden.
Het leven test je onophoudelijk. Je wordt getest op stalen zenuwen. Ik schiet
in de lach, voel me in de maling genomen. Een omgekeerde Bananasplit zonder
jolige presentator en dito crew die roepen: gefopt!
Geheel
ontgoocheld ga ik weg. Het zal wel. Ik geloof er niets van. Al die onderzoeken
en gesprekken waren helder. Ik hoefde mij GEEN ZORGEN te maken. Dus ik besluit
niet verder aan mijn keel te laten rommelen. Het beeld van een onfortuinlijke
kip die haar keel wordt doorgesneden stuit me tegen de borst. In deze chick
wordt niet gesneden! Als het zo belangrijk is bellen ze wel.
Uhh en
inderdaad. Ik word gebeld. Het ziekenhuis hangt aan de telefoon; ze moesten nu
echt een afspraak maken. Wanneer ik tijd heb. Hoezo tijd? Kun je tijd hebben
voor de slachtbank? Doet u december (2006) maar antwoord ik gelaten.
Wederom
ga ik strijdbaar onderweg. De avond tevoren nog even hardlopen, want wie weet,
dan heb ik dat vast binnen. De operatie is peanuts, maar 's nachts word ik niet
goed. Ik bel de verpleegster, want ik durf niet alleen naar het toilet. De
duizeligheid en benauwdheid. Het verblijf is kort en hoopvol vraag ik naar mijn
pilletje. Die zou ik moeten krijgen. Het pilletje komt niet en velen zijn de
tijd daarna niet bereikbaar.
Thuis lig
ik op bed met een pijnlijke nek. Het slapen is vermoeiend. De beloofde
controleafspraak gaat op een of andere manier niet door. De kerst zit er
tussen. Heel langzaam word ik zieker, grieperig en zo. Dingen waar ik
zowat immuun voor was de afgelopen jaren. Inmiddels weet ik dat ik ergens
tijdens het proces een onderzoek krijg en ik eerst alle schildklierhormonen
moet verbruiken. Dat je zonder schildklier niet kan leven is mij niet helemaal
duidelijk. Dus dat was goed voor een test. Ik voel me beter als ik ren.
Ik blijf
rennen om de natuur een handje te helpen. Dat heb ik geweten. Heel langzaam
werd ik moe, krijg ik buikpijnen en diarree. Ik wil slapen urenlang en wanneer
ik daar lag, was ik te moe om tv te kijken. Ogen die niet scherp wilden
stellen. Ik vergat de tijd, vergat de dingen om mij heen. Tot het moment dat ik
zo moe was dat ik wilde slapen en bij mijn moeder zijn. Ik dacht het is goed.
Het vechten tegen het gevoel eruit te stappen was zo heftig. 's Nacht zat ik
uren op de wc want dan had ik weer een aanval. Death rehearsals noemde ik
ze.
Op de
climax ben ik te bang om te slapen, wil ik niet meer eten en drinken. Ik bel
een vriend 's nachts uit zijn bed. Of hij wil blijven slapen. Mijn bloeddruk
stijgt zo erg en ik voel me zo slecht. Ik wil niet doodgaan terwijl de kinderen
alleen bij mij zijn. Ik weet totaal niet wat er met me gebeurt, waarom mijn
lijf niet meer mijn lijf is. Gelukkig is hij doortastend en belt uiteindelijk
de arts. Die komt na enig aandringen. Mijn hongerdieet van crackers en gekookt
water heb ik gestaakt. Ik blijf bij mijn standpunt; ik wil niet meer eten
of drinken. Mijn lijf accepteert de stoffen niet. Uiteindelijk krijg ik pillen
zodat ik wat eten kan binnenhouden.
En voor
de kids bleef ik lachen. Het komt wel een keer goed. Mijn maakbare mens was
volledig ingestort. Met een klachtenpatroon dat zo veelzijdig is dat ik ze
haast niet durf op te sommen. Een oorlog van hormonen woedt in mijn lijf.
Uiteindelijk doe ik het en schrijf de internist. Sindsdien blijf ik hameren op
de klachten als vermoeidheid, paranoia, paniekaanvallen, sociale fobie,
benauwdheid, voedingintoleranties, een schokkend lichaam etc, etc.
Het is
2009. Ik ben nog steeds erg moe, ontzettend dik. De klachten fluctueren en
slapen is een probleem. Ofwel ik slaap haast niet, soms hazenslaapjes of ik
slaap buitensporig veel. Heel langzaam ben ik mijn eigen ego-winkel begonnen,
alleen voor mij. Met kleine stenen bouw ik het verloren zelf weer op. Mocht het
ooit zo ver komen dat een eigen gekloonde schildkliertransplantatie tot de opties
behoort, dan bedenk ik mij geen twee keer en laat ik die klier gewoon weer
terugzetten. Ik droom nog even verder. 2.42 uur Welterusten.
Naschrift
Graag kom
ik in contact met mensen – vooral vrouwen – die schildklierkanker hebben gehad.
Met
vriendelijke groet,
Anita
Bakkenes
Reageer via het formulier en vul in bij onderwerp: Anita
Bakkenes