01:08 uur 02-03-08


Home
Stichting
Vacatures
Schildklier
Activiteiten
Patiëntbelangen
Publicaties
Nieuws
Mijn ervaring
Oproepen
Dossiers
Zwangerschap
Links
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Medewerkers login



HOME >
 

Midden in de nacht. De nacht van mijn leven natuurlijk. 'Mijn leven' dat zijn de woorden die ik voor mijzelf vaak herhaal. Want mijn leven is verbonden aan een persoon die Anita heet. Een persoon die van shoppen houdt, maar nu geen winkel kan vinden, waar een nieuwe schildklier verleidelijk ligt in de etalage van de outletstore De Maakbare Mens.

 

Het is december 2003, de maand waarin mijn lieve moeder komt te overlijden, de maand waarin ik na een heftige infectie besluit de daarna ontstane bobbel in mijn nek te laten nakijken. Meer dan twee weken dodelijke spanning vanwege het verdomde K-woord. Gelukkig komt de verlossing in het nieuwe jaar. Struma en daar valt heel goed mee te leven. Ontsierlijk, maar ik ben happy. Een tweede oorzaak van de toch al vage klachten na de diagnose burn-out/depressie.

 

Een dergelijk geschenk komt mooi uit de hemel vallen. Ondanks mijn tanende huwelijk pers ik er een fanatieke wilskracht uit. Ik sla een nieuwe weg in; gewapend met een dosis kennis uit zelfhulpboeken. De struma verdwijnt naar de achtergrond want dat was zoiets als kippen met een dikke krop? Onderzoeken, bezoeken aan de huisarts volg ik keurig op. Ik weet niet beter dan dat ik in goede handen ben. Een soort van naïef vertrouwen denk ik nu achteraf.

 

De ommekeer komt in 2006. Na een verschrikkelijke emotionele scheiding ga ik terug naar de huisarts. Vervelende vragen over mijn bobbel ben ik zat. Het kan zeker geen kwaad te onderzoeken of hij weggehaald kan worden. Het bezoek aan de chirurg is heel gezellig. Een aimabele man. Nee, de bult kan geen kwaad en alleen als ik het erg graag wil kan ik onder het mes. En dat is juist hetgeen ik eigenlijk niet wil. Ik wil vooral het hardlopen blijven beoefenen, want uit het niets heb ik door geweldig trainen en doorzetten de marathonafstand gelopen.

 

Dat was geen probleem. Met een halve schildklier kan het allemaal best. Daar kan ik even niets tegenin brengen. Juli 2006 is de ingreep. Door de problemen zie ik weinig vrienden en oude kennissen. Ik weet alleen een ding; twee weken rust en daarna kan ik weer gaan trainen. Het lopen is mijn levensadem, mijn vrijheid, mijn super ik. Dus even onwennig als ongeduldig weet ik de draad weer op te pakken. Totdat ik op controle kom. De chirurg wederom beminnelijk in zijn voorkomen vertelt me dat het weefsel niet goed is. Ik geloof dat het K-woord niet is gevallen. Ik kijk hem ongelovig aan en denk nu moet je je groot houden. Het leven test je onophoudelijk. Je wordt getest op stalen zenuwen. Ik schiet in de lach, voel me in de maling genomen. Een omgekeerde Bananasplit zonder jolige presentator en dito crew die roepen: gefopt!

 

Geheel ontgoocheld ga ik weg. Het zal wel. Ik geloof er niets van. Al die onderzoeken en gesprekken waren helder. Ik hoefde mij GEEN ZORGEN te maken. Dus ik besluit niet verder aan mijn keel te laten rommelen. Het beeld van een onfortuinlijke kip die haar keel wordt doorgesneden stuit me tegen de borst. In deze chick wordt niet gesneden! Als het zo belangrijk is bellen ze wel.

 

Uhh en inderdaad. Ik word gebeld. Het ziekenhuis hangt aan de telefoon; ze moesten nu echt een afspraak maken. Wanneer ik tijd heb. Hoezo tijd? Kun je tijd hebben voor de slachtbank? Doet u december (2006) maar antwoord ik gelaten.

 

Wederom ga ik strijdbaar onderweg. De avond tevoren nog even hardlopen, want wie weet, dan heb ik dat vast binnen. De operatie is peanuts, maar 's nachts word ik niet goed. Ik bel de verpleegster, want ik durf niet alleen naar het toilet. De duizeligheid en benauwdheid. Het verblijf is kort en hoopvol vraag ik naar mijn pilletje. Die zou ik moeten krijgen. Het pilletje komt niet en velen zijn de tijd daarna niet bereikbaar.

 

Thuis lig ik op bed met een pijnlijke nek. Het slapen is vermoeiend. De beloofde controleafspraak gaat op een of andere manier niet door. De kerst zit er tussen. Heel langzaam word ik zieker, grieperig en zo.  Dingen waar ik zowat immuun voor was de afgelopen jaren. Inmiddels weet ik dat ik ergens tijdens het proces een onderzoek krijg en ik eerst alle schildklierhormonen moet verbruiken. Dat je zonder schildklier niet kan leven is mij niet helemaal duidelijk. Dus dat was goed voor een test. Ik voel me beter als ik ren.

 

Ik blijf rennen om de natuur een handje te helpen. Dat heb ik geweten. Heel langzaam werd ik moe, krijg ik buikpijnen en diarree. Ik wil slapen urenlang en wanneer ik daar lag, was ik te moe om tv te kijken. Ogen die niet scherp wilden stellen. Ik vergat de tijd, vergat de dingen om mij heen. Tot het moment dat ik zo moe was dat ik wilde slapen en bij mijn moeder zijn. Ik dacht het is goed. Het vechten tegen het gevoel eruit te stappen was zo heftig. 's Nacht zat ik uren op de wc want dan had ik weer een aanval. Death  rehearsals noemde ik ze.

 

Op de climax ben ik te bang om te slapen, wil ik niet meer eten en drinken. Ik bel een vriend 's nachts uit zijn bed. Of hij wil blijven slapen. Mijn bloeddruk stijgt zo erg en ik voel me zo slecht. Ik wil niet doodgaan terwijl de kinderen alleen bij mij zijn. Ik weet totaal niet wat er met me gebeurt, waarom mijn lijf niet meer mijn lijf is. Gelukkig is hij doortastend en belt uiteindelijk de arts. Die komt na enig aandringen. Mijn hongerdieet van crackers en gekookt water heb ik gestaakt. Ik blijf bij mijn standpunt;  ik wil niet meer eten of drinken. Mijn lijf accepteert de stoffen niet. Uiteindelijk krijg ik pillen zodat ik wat eten kan binnenhouden.

 

En voor de kids bleef ik lachen. Het komt wel een keer goed. Mijn maakbare mens was volledig ingestort. Met een klachtenpatroon dat zo veelzijdig is dat ik ze haast niet durf op te sommen. Een oorlog van hormonen woedt in mijn lijf. Uiteindelijk doe ik het en schrijf de internist. Sindsdien blijf ik hameren op de klachten als vermoeidheid, paranoia, paniekaanvallen, sociale fobie, benauwdheid, voedingintoleranties, een schokkend lichaam etc, etc.

 

Het is 2009. Ik ben nog steeds erg moe, ontzettend dik. De klachten fluctueren en slapen is een probleem. Ofwel ik slaap haast niet, soms hazenslaapjes of ik slaap buitensporig veel. Heel langzaam ben ik mijn eigen ego-winkel begonnen, alleen voor mij. Met kleine stenen bouw ik het verloren zelf weer op. Mocht het ooit zo ver komen dat een eigen gekloonde schildkliertransplantatie tot de opties behoort, dan bedenk ik mij geen twee keer en laat ik die klier gewoon weer terugzetten. Ik droom nog even verder. 2.42 uur Welterusten.

 

Naschrift

Graag kom ik in contact met mensen – vooral vrouwen – die schildklierkanker hebben gehad.

 

Met vriendelijke groet,

Anita Bakkenes

 

Reageer via het formulier en vul in bij onderwerp: Anita Bakkenes

 




 
 

Poll
Heeft u de donateur raadpleging ingevuld?

ja

nee
Aantal stemmen:5179
Contact     
  Wat een klier! | Brochures

A A
powered by
easy-content.nl