|
Auto-antistoffen (TPO en Tg) tegen schildklier
|
% |
| ziekte van Hashimoto |
99,9 |
|
ziekte van Graves |
75 |
|
niet-toxisch struma |
50 |
| schildkliercarcinoom |
10 |
| ziekte van Quervain |
10 |
|
gezonde personen
(afhankelijk van leeftijd en geslacht) |
0 – 30
|
Auto-antistoffen tegen de TSH-receptor
Auto-antistoffen tegen de TSH-receptor hebben te maken met de werking van TSH.
TSH stimuleert de schildklier om hormonen te maken.
Bij deze auto-antistoffen is er verschil tussen stimulerende en blokkerende antistoffen.
Samen worden ze vaak TBII genoemd.
Stimulerende auto-antistoffen – ook wel TSI genoemd – doen TSH na.
In dat geval stimuleren ze de schildklier om veel schildklierhormoon te maken.
Blokkerende auto-antistoffen zorgen dat de TSH zijn werk niet kan doen.
De schildklier wordt niet gestimuleerd om hormoon te maken.
De schildklier verschrompelt (atrofie).
De meeste patiënten met de ziekte van Graves hebben stimulerende antistoffen.
Blokkerende antistoffen worden wel gezien bij patiënten met hypothyreoïdie (= langzame schildklier).
Geen duidelijke oorzaken
De oorzaak van auto-immuunziekten is nog niet bekend.
Erfelijkheid, omgevingsfactoren, stress, virussen en vrouwelijke hormonen spelen een rol.
Schildklierpatiënten hebben vaker familieleden met schildklieraandoeningen of diabetes.
Bekend is dat schildklieraandoeningen vaker voorkomen bij vrouwen dan bij mannen.
Tijdens of na een zwangerschap en in de overgang is er een toename van schildklieraandoeningen.
Wereldwijd doen wetenschappers onderzoek naar het ontstaan van auto-immuunziekten.
Zij hopen in de toekomst de oorzaken van auto-immuunziekten te ontdekken en een betere behandeling te ontwikkelen.
De behandeling bestaat nu uit symptoombestrijding en het slikken van schildklierhormoon.
Mogelijk dat wetenschappers ooit ontdekken hoe ze schildklieraandoeningen kunnen voorkomen.
Meer informatie:
brochure 01: De schildklier en schildklieraandoeningen
www.sanquin.nl zoek hier op: autoimmuunziekten