HOME > Dossiers > Research
Sorafenib bij patiënten met niet-medullair schildkliercarcinoom
Niet-medullair schildkliercarcinoom (NMTC) is een zeldzame aandoening. Per jaar wordt de diagnose bij ongeveer 300 patienten gesteld. De standaardbehandeling voor terugkomst van de tumor (lokaal recidief) of uitzaaiingen (metastasen) is operatie en behandeling met radioactief jodium (RaJ). Jaarlijks ontwikkelen ongeveer 30 NMTC-patiënten een lokaal recidief of metastasen die niet behandelbaar zijn met RaJ of een operatie.
Uit twee fase 2 studies blijkt dat sorafenib voor deze patiënten uitkomst biedt. Op grond van deze publicaties achten de Nederlandse endocrinologen sorafenib geïndiceerd bij de behandeling van deze NMTC-patiënten. Sorafenib is echter in Europa niet geregistreerd voor behandeling van patiënten met NMTC.
Om niet behandelbare patiënten met NMTC toch een zo effectief mogelijke behandeling te kunnen bieden heeft de Sectie Endocrinologie van de Nederlandsche Internisten Vereeniging (NIV) en de CBO consensus werkgroep gedifferentieerd schildkliercarcinoom het College van Zorgverzekeringen (CVZ) verzocht sorafenib te beoordelen voor deze niet-geregistreerde indicatie en vergoeding voor deze patiënten mogelijk te maken. Schildklierstichting Nederland steunt het verzoek van de NIV en de CBO-werkgroep en heeft dat laten weten aan het CVZ.
Aanvraag vergoeding voor niet-geregistreerde indicatie [pdf]
Brief bestuur Schildklierstichting Nederland [doc]
Nieuwe mogelijkheden bij het medullaire type schildklierkanker
Dr. B.A. Zonnenberg, medisch-oncoloog van de afdeling Interne Geneeskunde van het Universitair Medisch Centrum Utrecht doet onderzoek naar de behandeling van medullair schildkliercarcinoom.
Per jaar wordt de diagnose schildklierkanker gesteld bij ongeveer 350 patiënten. Bij 20% van die patiënten gaat het om medullair schildkliercarcinoom, afgekort MSC.
In de schildklier zijn cellen die schildklierhormoon maken. Daarnaast zijn er cellen die calcitonine maken. Deze cellen noem je C-cellen. Calcitonine is een hormoon en regelt het kalkgehalte in het bloed. Medullair schildklierkanker ontstaat in de C-cellen. Van dit type kanker bestaan erfelijke vormen, namelijk het MEN 2-syndroom en het familiaire type medullaire schildklierkanker.
Uit onderzoek blijkt dat een afwijking in de groeiregeling in de C-cellen verantwoordelijk is voor het ontstaan van deze familiaire vorm van schildklierkanker. Het gaat om de werking van een receptor. Lees meer >
Moleculaire genetica van medullair schildklierkanker
In haar promotieonderzoek zocht Wendy van Veelen naar moleculaire mechanismen die betrokken zijn bij de ontwikkeling van medullair schildklierkanker. Zij toonde een versterkend effect aan tussen kankergen RET en het verlies van celcyclus remmer P18 bij de ontwikkeling van schildklierkanker. Daarnaast vond ze dat RET-geïnduceerde tumorontwikkeling deels afhankelijk is van beta-catenine activering.
De genetische mechanismen die ten grondslag liggen aan het meerstaps proces van medullair schildkliercarcinoom ontwikkeling zijn tot op heden grotendeels onbekend. Ongeveer 60% van alle medullair schildklierkanker komt voor als sporadische kanker en ongeveer 40% als familiaire kanker.
Activering van RET, een receptor tyrosine kinase, initieert de ontwikkeling van erfelijk MSC en is mogelijk ook betrokken bij sporadische MSC ontwikkeling. Additionele oncogene gebeurtenissen zijn nodig, maar moeten nog opgehelderd worden.
Wendy van Veelen promoveerde op 1 april 2008 aan de Universiteit Utrecht.
|