leven als een topsporter

Geschreven door: Petra Romijn
Blogfoto: Wikimedia

 

Topsporters zijn heel bewust met hun lichaam bezig. Trainen is namelijk het bewust verleggen van de fysieke grenzen door iets te doen wat net iets moeilijker of iets zwaarder is, dan het lichaam gewend is. Wat het lichaam daarop doet is herstellen, er dus sterker van worden. De volgende keer dat je traint heb je daar weer een voordeel aan en zo ga je door. 

Dat betekent dat naast de inspanning van het trainen ook het herstel een belangrijke rol speelt! Daarom is de regelmaat van het trainen belangrijk, train je te vroeg in de hersteltijd, dan is het weefsel nog kwetsbaar en maak je meer kapot. Train je te laat, pas na een aantal dagen weer dan is het herstel naar een hoger niveau om sterker te worden (supercompensatie) alweer voorbij, en begin je weer bij het begin.

Sotsji

Tijdens de Olympische winterspelen in Sotsji worden er door de sporters topprestaties geleverd. Vandaag hoorde ik op de 10 kilometer voor de mannen een interessant commentaar. Bob de Jong was in een van zijn laatste ronden van de 10 kilometer en toen riep die verslaggever, wat als je benen niet meer willen maar je hoofd nog wel. Heeft hij het nu over een schildklierpatiënt of over een topsporter? 
Ik denk dat de 10 kilometer heel mooi symbool staat voor het leveren van een topprestatie die langzaam opgebouwd moet worden, net zoals schildklierpatiënten hun fysieke prestaties langzaam moeten opbouwen. 
De afstand van 10 kilometer is voor de schaatsers te lang om er zo maar even bij te doen. Er moet specifiek op getraind worden. Je moet lang achterelkaar schaatsend kilometers maken, je hart en longen en bovendien ook je spieren moeten zich aanpassen aan de gewenste te leveren prestatie.

De juiste balans van inspanning; de steady state

Schema

Ze rijden op een schema, die ze in overleg met hun coach opstellen en wat in hun fysieke vermogen ligt. Tijdens de rit moeten ze voelen hoe het met het lijf gaat. Te vroeg versnellen betekent dat er kans is op eerder verzuren in de spieren, zodat het totale prestatieniveau af gaat nemen en je geen goede tijd kunt rijden; de schaatsers moeten hun energie verdelen. 

Ze moeten in de juiste balans komen van inspanning, de steady state wordt dat in de inspanningsfysiologie ook wel genoemd. Je lijf is dan lekker warm gedraaid, de bewegingen gaan soepel, de energieoverdracht werkt optimaal en je hebt het gevoel - bij wijze van spreken dan - dat je dit nog wel een paar uur vol kunt houden. De dagen ervoor zijn de sporters al bezig met het plannen van trainingen en rustmomenten. Niet teveel trainen maar ook zeker niet te weinig.

Hindernissen

Als deze (top)sporters ziek zijn gaat het ten koste van hun prestatie. Een vrouwelijke wielrenster vertelde een paar jaar geleden bijvoorbeeld dat als ze ongesteld was ze dit kon merken aan haar prestatie, het liefst reed ze in die periode ook geen wedstrijden. Waarom zou een schildklierpatiënt dan wel een topprestatie verwachten van zijn of haar lichaam, zonder rekening te houden met de beperkingen die erbij komen op dit soort dagen? 
Soms zijn de omstandigheden niet goed, Mist maandag in Sotsji, de heren biathlon met massastart werd uitgesteld. Of het zwembad waar je gaat zwemmen heeft een lage watertemperatuur waardoor je veel hinder van je spieren hebt tijdens het zwemmen en je dus beperkt wordt in je prestatievermogen.

Doseren

Trainen heeft als doel om met de juiste dosering te werken aan een verbetering van kracht, uithoudingsvermogen, lenigheid en coördinatie. Door bewust om te gaan met wat je traint en hoe je dit doet zet je het lichaam aan tot aanpassen op een hoger niveau. Andersom werkt het helaas ook, hoe minder je doet, hoe meer spieren verzwakken en conditie achteruit zal gaan.
Nu kan het ook zijn in situaties dat een lichaam nog niet optimaal is ingesteld met schildklierhormoon het lichaam nog niet goed belastbaar is voor training en een langere hersteltijd nodig heeft. Dat betekent niet dat je in die tijd niets moet gaan doen, maar dat je in die tijd meer moet behouden wat er is en op tijd hersteltijd plannen en overbelasting voorkom. Pas bij een optimale instelling van schildklierhormoon is een lichaam belastbaar voor training.

Wat kun je zelf doen?

Een schildklierziekte voelt soms ook als topsport; ga maar eens op een vermoeide dag toch een kwartiertje wandelen. Juist omdat het voor een schildklierpatiënt een topprestatie is, is het goed om te doen. Kan je lijf langer wandelen of zelfs een beetje joggen, mooi, dan kun je ook meer doen, zoek je grens. Andersom werkt het ook, als 15 minuten wandelen een overbelasting is, wandel je de eerste tijd 10 minuten. Laat je lijf eraan wennen, en ga langer lopen op het moment dat je voelt dat er weer ruimte is om verder te gaan, misschien ben je dan een paar weken verder, nou en? Wij zijn geen topsporters? Zij doen er zelfs jaren over om een topprestatie neer te zetten en moeten soms ook rekening houden met een zwakke schakel, de rug van Sven Kramer bijvoorbeeld. Wij doen hetzelfde! We moeten rekening houden met de beperkingen van ons lichaam en proberen toch fysiek een prestatie te leveren.

Rustig opbouwen

Probeer in eerste instantie functioneel te trainen en bouw het rustig op. Als je wilt kunnen fietsen ga dat dan ook doen en begin met kleine stukjes om de dag, maak gebruik van een hometrainer als je de mogelijkheid hebt, laat het lichaam tussendoor herstellen. Heb je vier dagen nodig om te herstellen, heb je teveel gedaan, het is even een balans zoeken van wat wel en wat niet gaat. Met een ritme van 3 keer in de week een trainingsmoment, met een dag rust ertussen kun je een heel eind komen. Op die rustdag kun je weer wat wandelen. Wandelen kun je dagelijks doen, kijk wat voor jou mogelijk is.

Schildklierziekte voelt soms ook als topsport

30 minuten per dag

De richtlijn voor dagelijks voldoende bewegen is 30 minuten, het maakt niet uit of je dat achter elkaar doet of verdeeld in twee of drie keer op een dag. Lopen naar de supermarkt of naar werk telt ook mee. Ook huishoudelijk werk als stofzuigen of in de tuin werken telt mee! Probeer minimaal 10 minuten aaneengesloten actief te zijn, dat geeft hart en longen de tijd om op gang te komen en aan je conditie te werken. Blijf een aantal weken steeds hetzelfde doen totdat je lichaam gewend is aan deze belasting en je voelt dat je best nog iets meer zou kunnen doen. Dan is het tijd om meer te wandelen, fietsen enz. 
Maak tijdens het wandelen bijvoorbeeld tijd om wat oefeningen te doen, zijwaarts lopen, achteruit lopen, op je tenen lopen, doe dit in drie series van 8 of 10 keer per been. Zo werk je aan kracht, coördinatie en uithoudingsvermogen in een keer.

Regelmaat

Schaatsers gaan op de 10 kilometer ook hun eigen rit rijden, de focus is op zichzelf gericht. Niet op wat die tegenstander doet. Bij jouw training moet dat ook zo zijn, het gebeurt in jouw lichaam. Zijn de omstandigheden optimaal in je lijf of zijn er redenen, wat ziek of erg moe om wat af te moeten wijken van je schema? Het belangrijkste is de regelmaat van het steeds weer in actie komen, daar gaat je lijf aan wennen. Op dagen dat je iets minder fit bent bijvoorbeeld, doe je het iets rustiger aan, en als je twee dagen later weer fit bent ga je wel die hele wandeling maken. 
Wordt geen lichtschakelaar, niet fit is niets doen, de schakelaar staat uit. Als je lichtje weer aangaat na wat dagen niet fysiek actief zijn kun je weer rennen en vliegen. Probeer deze verschillen te balanceren. Zorg op tijd voor rust en dus herstel momenten zoals die topsporters ook doen. Zorg goed voor jezelf, ben er zuinig op, maak de omstandigheden zo dat jij jouw grenzen kunt verleggen.

Rijd je eigen schema. Succes!

 

>> Terug naar Dagelijks leven