Definitie van subklinische hypothyreoïdie: Toestand waarbij bloedonderzoek aangeeft dat het TSH te hoog is, terwijl de vrije T4 een normale waarde heeft.

De vrije T4 moet dus liggen tussen de 9 en 24 pmol/l en de TSH is hoger dan 4 mU/l.

Meestal wordt deze 'toestand' gevonden, omdat iemand met klachten bij de (huis)arts komt en deze onderzoekt of de schildklier de oorzaak kan zijn.
Van een 'officiele' subklinische hypothyreoïdie wordt veelal pas uitgegaan na 2 of 3 afwijkende TSH's bij het bloedonderzoek.

De kans dat een subklinische hypothyreoïdie zich ontwikkelt tot een klinische hypothyreoïdie is afhankelijk van de hoogte van de TSH.

  • Bij een TSH onder de 6 mU/l is de kans het grootst dat de TSH zich normaliseert;
  • Bij een TSH tussen de 6 en 10 mU/l is de kans groter dat het zich tot een klinische hypothyreoïdie ontwikkeld, maar de kans is nog steeds groter dat de TSH zich spontaan normaliseert;
  • Bij een TSH boven de 10 mU/l is de kans op een klinische hypothyreoïdie groter dan de kans op een normalisatie van de TSH.

Behandeling

De NHG adviseert twee wijzen van behandeling/omgaan met een subklinische hypothyreoïdie:

  • Bij een TSH < 6 mU/l wordt er geen behandeling gegeven, maar afgewacht;
  • Bij een TSH van > 6 mU/l
    • wordt de TSH én FT4 na 3 maanden wederom gecontroleerd en dit wordt herhaald tot deze genormaliseerd is – controle wordt gestaakt;
    • wordt de TSH én FT4 op jaarbasis gecontroleerd als er sprake is van een 'officiele' subklinische maar stabiele hypothyreoïdie;
    • wordt de controle op TSH én FT4 gestaakt als er na een aantal jaar geen wijziging/verslechtering optreedt in de bloedwaarden; tot er zich nieuwe en/of een toename van klachten voordoet.

Uiteraard moet er daarnaast ook worden gekeken naar een andere verklaring voor de klachten.

Nogmaals: deze behandelingrichtlijn gaat uit van een normale FT4, tussen de 9 en 24 pmol/l! In sommige laboratoria kunnen deze waarden iets verschillen, afhankelijk van de methode die is gebruikt. 

Er zijn geen aanwijzingen dat de behandeling van een subklinische hypothyreoïdie met medicijnen (levothyroxine) aanwezige 'vage' klachten verbetert.
Desondanks kan er bij een TSH vanaf 6 mU/l, als de patiënt dat wenst en er geen contra-indicaties zijn (botontkaling, ouder dan 85 jaar, hartfalen, etc.), een proefbehandeling van 6 maanden worden gestart om het effect op de klachten te testen. Hierbij zal de huisarts elke 6 weken de TSH en FT4 controleren en de patiënt kan gevraagd worden een klachtendagboek bij te houden.        

Zwangerschap

Tijdens een zwangerschap neemt de behoefte aan schildklierhormoon door het lichaam toe. Gezonde zwangeren kunnen deze verhoogde behoefte zelf 'produceren'. Een vrouw met een subklinische hypothyreoïdie waarschijnlijk niet.
Vrouwen met een subklinische hypothyreoïdie worden dus sterk geadviseerd om zich bij een zwangerschap(swens) bij de arts te melden, gezien de risico's die de ontwikkeling van de baby kan lopen bij een hypothyreoïdie van de moeder.

Bron:
NHG – Behandelrichtlijn