Schaatser Irene Schouten vertelt in Schild hoe haar leven veranderde na constaterig van een schildklieraandoening.

Onlangs is het overzichtsartikel 'Onbegrepen beweegklachten bij behandelde hypothyreoïdie', van de hand van Jeannette Lankhaar verschenen in het huisartsentijdschrift Modern Medicine.

"Het artikel geeft een beeld van de aanhoudende (beweeg)klachten bij hypothyreoïdie ondanks langdurige, adequate hormonale substitutietherapie, en wordt daarbij ondersteund door het recent gepubliceerde systematische review. Door gerichte stimulering van sport en een actieve leefstijl kan de vicieuze cirkel van langdurige bewegingsarmoede doorbroken worden, waarna het artikel verder gaat met sportadviezen, gericht op de doelgroep."

Op 22 januari 2015 geeft Prof. dr. Frank Backx een presentatie over dit onderzoek tijdens de PAO-H nascholing voor huisartsen. Deze dag is gericht op het blijven bewegen bij ziekte en zal gevolgd worden door ongeveer 150 huisartsen. Ook weer een mooi moment om het (onderkende) probleem bij huisartsen onder de aandacht te brengen en een goede tip voor je (behandelend) huisarts!

Het artikel (zie bijlage) is geschreven voor artsen, maar is ook voor leken nog redelijk goed te volgen. 

De introductie illustreert de omvang van de groep schildklierpatiënten, met name degenen met hypothyreoïdie. En de aantallen nemen toe. Levothyroxine staat al jarenlang in de top 10 verstrekte geneesmiddelen in Nederland. Voor goede beschrijvingen en beslismomenten voor de behandeling wordt er verwezen naar de richtlijnen van de NHG en NIV. Maar dat deze behandeling vaak nog steeds gepaard gaat met restklachten - beweegklachten in het bijzonder - krijgt nog niet voldoende aandacht. 

Zeker de klachten van een laat ontdekte langzame schildklier veroorzaakt dat mensen steeds minder zijn gaan bewegen; het lukte gewoon niet meer door de vermoeidheid en klachten. Hierdoor ontstaat een vicieuze cirkel van langdurige bewegingsarmoede. 

Op zich kan de schildklierpatiënt aan elke sport (weer) deelnemen. Al zal een teamsport vaak moeilijker te volgen zijn en voor een individuele sport worden gekozen. Individueel kan de belasting in het eigen tempo worden opgevoerd en rekening worden gehouden met het individuele startniveau en het voorkomen van overbelasting. 

Een preventief sportmedisch onderzoek (meestal geheel of gedeeltelijk vergoed door de zorgverzekering) kan een goed beeld geven van de uitgangssituatie en tot een zo verantwoord mogelijk sport-en beweegadvies leiden. 
Uiteindelijk zou de schildklierpatiënt met hypothyreoïdie door een verantwoorde begeleiding het bewegen kunnen gaan opbouwen en zo van de gezonde effecten van beweging te kunnen profiteren. 

 

Bronhuisartsentijdschrift Modern Medicine, nummer 9 - 2014, blz. 239-242

 

Ing. J.A.C. Lankhaar, junior onderzoeker, dr. P.M.J. Zelissen, internist-endocrinoloog, prof. dr. F.J.G. Backx, sportarts en hoogleraar klinische sportgeneeskunde. Afdeling Revalidatie, Verplegingswetenschap & Sport en Afdeling Interne Geneeskunde, Sectie Endocrinologie, Universitair Medisch Centrum Utrecht, Utrecht.

Wat voor spierproblemen kunnen er voorkomen bij een te traag werkende  schildklier?

Door Petra Romijn: Vanuit mijn achtergrond als fysiotherapeut raakte ik steeds meer geïnteresseerd in de oorzaak van de diverse spierproblemen, die er kunnen zijn bij een te traag werkende schildklier. De ene patiëntengroep heeft er slechts hinder van of wordt er met sporten door beperkt, terwijl een andere groep er zwaar door beperkt wordt in zijn of haar dagelijks leven. Ligt de oorzaak in te weinig fysiek actief zijn door bijvoorbeeld vermoeidheid dat spieren zo achteruit kunnen gaan of is er een fysiologische verklaring voor deze klachten?

Wat wordt er in literatuur beschreven over deze spierproblemen?

In de literatuur wordt een wisselend beeld beschreven van fysiologische veranderingen in delen van spieren. Niet iedereen met een te traag werkende schildklier hoeft deze veranderingen in spieren te hebben. De onderzoeken die in de loop van de jaren zijn uitgevoerd betreft ook steeds een kleine groep patiënten. Sommige mensen hadden een combinatie van fysiologische veranderingen in spieren terwijl een ander "slechts" een van de gevonden afwijkingen had. Allemaal hadden ze spierklachten.

In 79% van de gevallen is er sprake van een veranderde spierfunctie, de spieren werken dus niet meer zoals ze normaal zouden doen. In 54% van de gevallen gaat het om spierzwakte. Klachten als spierpijn, vermoeidheid, stijfheid en kramp komen voor in 42% van de gevallen1). De spieren die het meest zijn aangedaan zijn de spieren in bovenarmen en bovenbenen, deze zijn vaker aangedaan dan spieren van onderarmen en onderbenen. Pijn in gewrichten wordt ook gerapporteerd 2).

In delen van spieren worden afwijkingen gevonden in de ligging en vorm van de spiervezels. De energievoorziening in de spieren wordt minder doordat er een afname van het aantal mitochondria te zien is,mitochondria zijn de kleine energiecentrales in de lichaamscellen. Daarnaast verandert de verdeling van snelle en langzame spiervezels in de spier. Er komen meer langzame dunne spiervezels, daarnaast worden de dikke snelle vezels dunner. 3)4) Er worden ook veranderingen in de zenuwgeleiding gerapporteerd 3). Verder is er bij een aantal patiënten een sterk verhoogd creatinekinase gehalte gemeten in het bloed is (boven de 5000 U/L) 4), 5), 6).

spierbundelPrognose

Uit de literatuur blijkt dat voor 90% de klachten verdwijnen bij voldoende inname van schildklierhormoon terwijl de afwijkingen op celniveau niet lijken te veranderen 4). Substitutietherapie, het innemen van schildklierhormoon, leidt tot normale hormoonconcentraties in het bloed, maar mogelijk niet tot normale hormoonconcentratie in alle weefsels. 7)
Dat betekent dus voor mensen met een te traag werkende schildklier die voldoende schildklierhormoon gebruiken, dat de spieren afwijkend belastbaar kunnen blijven. Er zal dus altijd rekening gehouden moeten worden dat deze spieren soms eerder als andere gezonde spieren hun grenzen aangeven in de vorm van minder kracht kunnen leveren, eerder vermoeid zijn in spieren of eerder kramp hebben.

Er wordt vooral de nadruk gelegd in de onderzoeken op het op tijd behandelen met schildklierhormoon, dus dat een vroege diagnose van een te traag werkende schildklier een meer definitieve vorm van spierklachten kan voorkomen. Over de invloed van gerichte oefentherapie op deze spierklachten is tot op heden niets bekent.

Bewegen zal je goed doen!

Door fysiek actief te blijven of te worden, kun je spierklachten verminderen. Stijfheid en kramp kun je doorbreken door regelmatig in beweging te zijn, goede warming up te doen bij sportactiviteiten en te stretchen. (American college of sport medicine) . Het lichaam is gemaakt om te bewegen, lichamelijke activiteit is belangrijk voor de stofwisseling in het lichaam.

De invloed van lichamelijke activiteit kan zo krachtig zijn dat het een bijdrage levert aan het verlagen van het risico op een depressie of diabetes. Dan hoef je niet eens aan een rondje hardlopen te denken, hoewel dat wel kan natuurlijk, maar het kan ook gewoon dagelijks een wandeling van een half uur zijn of twee keer een kwartier. Maak het jezelf gemakkelijk, doe iets wat je graag doet zodat je dit regelmatig kan blijven doen.

Zorg dat je dagelijks in beweging bent. Bij veel spierpijn kan het rustig uitlopen, zelfs een dag na de training werken voor het herstel, je zet de doorbloeding aan en alle celprocessen daar omheen en werkt daarmee actief mee aan herstel.

Verklaring van begrippen:

·        Spierkramp
Als spieren aanspannen betekent dit, dat spiervezels in de spieren verbindingen met elkaar aangaan en langs elkaar heen schuiven. Daardoor wordt de spier in zijn totale lengte korter. Bij kramp worden delen van die verbinding niet losgemaakt en blijven dus in “langs elkaar geschoven toestand”. Een gevolg van spiervermoeidheid kan dus ook kramp zijn. Voor het aanspannen van spiervezels is energie nodig maar voor het ontspannen en daarmee dus loslaten van de vezels ook! Het is geen passief proces.

·        Spiervermoeidheid
Om de vezels in spieren zijn werk te laten doen - dat is aanspannen om kracht te leveren of om een gewricht te stabiliseren - is voldoende energie nodig. Omdat de energievoorziening in de spieren is verminderd, kan eerder vermoeidheid optreden. Je zou een bepaalde beweging of inspanning nog wel willen doen maar de spieren voelen moe en zwaar en willen (bijna) niet meer meewerken.

·        Spierzwakte
Er wordt van spierzwakte gesproken als de kracht minder is dan 'spierkracht 5'. Spierkracht 5 betekent dat je tegen de zwaartekracht in moet kunnen bewegen en daarbij ook nog een weerstand moet kunnen overwinnen. Je merkt dat de kracht in je spieren minder is, doordat je bijvoorbeeld moeite hebt je kniegewricht stabiel te houden of je hebt moeite met opstaan uit een stoel of met traplopen of fietsen; bewegingen in het dagelijks leven die je met voldoende spierkracht gewoon zou moeten kunnen doen.

·        Spierstijfheid
De spieren voelen stijf en aangespannen aan, in plaats van ontspannen. Ze geven niet mee met een normale beweging als lopen of bukken. Je hebt het gevoel alsof iets je tegenhoud in je beweging.

Bronnen en referenties:

1.      Duyff et al, 2000; Neuromuscular findings in thyroid dysfunction: a prospective clinical and electrodiagnostic study.

2.      George, G, 2011; Hypothyroidism presenting as puzzling myalgias and cramps in three patients (comment on the article).

3.      El Salem et al, 2006; Neurophysiological changes in neurologically asymptomatic hypothyroid patients: a prospective cohort study.

4.      Rodolico et al, 1998; Myopathy as the persistently isolated symptomatology of primary autoimmune hypothyroidism.

5.      Finsterer et al, 1999; Hypothyroid myopathy with unusually high serum creatine kinase values

6.      Valeria et al, 2010: Myopathy associated with acute hypothyroidism following radioiodine therapy for graves in an adolescent.

7.      Lankhaar et al., 2011; Hypothyreoïdie en bewegingsintolerantie: een casusbeschrijving.

·        Electrophysiologic changes in Patients with untreated primary hypothyroidism, F. Eslamian et al, Journal of clinical neurophysiology, 2011.

·        Neuromusculair findings in thyroid dysfunction: a prospective clinical and electrodiagnostic study, R.F. Duyff et al, J. Neurol. Neurosurg. psychiatry, 2000.

·        Inspanningsfysiologie, oefentherapie en training, De Morree, Jongert en Van der Poel. Tweede herziene druk 2011.

 

·        Exercise management for persons with chronic diseases and disabilities, American college of sports medicine.

In de Week van de Schildklier 2013 staat Sporten met een Schildklieraandoening centraal.
Jeannette Lankhaar (deeltijd-onderzoeker bij het UMC Utrecht) presenteerde tijdens het SON jubileumcongres in 2012 de status van haar onderzoek naar beweegklachten bij schildklierpatiënten. In 2013 volgt meer onderzoek.

1 Wat is het probleem?

Hypothyreoïdie(traag werkende schildklier) kan een flinke impact hebben op fysieke prestaties en sportactiviteiten.
Afgelopen jaar is binnen het UMC Utrecht een uitgebreid literatuuronderzoek uitgevoerd, dat heeft aangetoond dat de beweegklachten zijn terug te voeren tot beperkingen in hart- en bloedvaten, ademhaling, zenuwactiviteit, spierwerking en celstofwisseling.

Algemeen wordt aangenomen dat deze beperkingen zullen herstellen tijdens hormoonvervangende medicatie. Maar ook tijdens deze behandeling blijft een significant aantal mensen ernstige beweegklachten houden, zoals energiegebrek, kortademigheid en spier- en gewrichtspijn. Deze aanhoudende klachten kunnen leiden tot bewegingsarmoede, afname van de fysieke fitheid en verminderde kwaliteit van leven.

2 Hoe is het onderzoek opgezet?

Het onderzoek bestaat uit drie delen en wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking tussen UMC Utrecht, SON, Hogeschool Utrecht en TNO, afdeling Life Style.

1.      Allereerst start een online enquête over de huidige sportdeelname van mensen die behandeld worden voor hypothyreoïdie. De resultaten (zoals de mate van fysieke (in)activiteit en klachten die het sporten belemmeren of veroorzaken) worden vervolgens vergeleken met bekende TNOgegevens van een dwarsdoorsnede van de Nederlandse bevolking.

2.      Verder wordt een tiental sporters met behandelde hypothyreoïdie en blijvende beweegklachten uitgenodigd voor eensportmedisch onderzoek naar de fysieke belastbaarheid, bestaande uit een anamnese (vraaggesprek naar de ziektegeschiedenis, red.), bloedonderzoek en maximale inspanningstest op een fietsergometer met ademgasanalyse (O2 en CO2) en ECG-controle (hartfilmpje).

3.      Tot slot zal er onderzoek worden gedaan naar de effecten van een trainingsprogramma op het uithoudingsvermogen en de spierkracht bij behandelde hypothyreoïdiepatiënten. Hierbij worden zestig deelnemers willekeurig verdeeld over een interventie- en controlegroep, waarbij alleen de interventiegroep gedurende vier maanden zal deelnemen aan een trainingsprogramma (conditie- en krachttraining). Voorafgaand aan en direct na het trainingsprogramma worden bij alle deelnemers gegevens verzameld omtrent bloedwaarden, dagelijkse lichamelijke activiteit (via een bewegingsmonitor die als armband wordt gedragen) en fysieke fitheid (maximale inspanningstest op een fietsergometer in combinatie met een maximale spierkrachttest van de dijbeenspieren).

3 Hoe ziet de toekomst eruit?

Dit jaar is het onderzoek gericht op het verzamelen van basisgegevens over de sportdeelname van mensen met behandelde hypothyreoïdie en het sportmedisch onderzoek naar de fysieke belastbaarheid bij een tiental sporters met behandelde hypothyreoïdie en blijvende beweegklachten.
In 2014 wordt gestart met het onderzoek naar de effecten van een trainingsprogramma, waarna de resultaten vertaald worden in aanbevelingen en toepassingen in de dagelijkse praktijk. Specifieke doelgroepen zijn patiënten, medische professionals en beleidsmakers.
De reden voor deze gefaseerde planning is dat er tot op heden helaas geen financiering gevonden is, omdat restklachten bij behandelde hypothyreoïdie een onderschat maatschappelijk probleem vormen.
Mogelijk kan alle aandacht voor dit onderzoek tijdens de Week van de Schildklier hierin verandering brengen.

 

Tekst: Jeannette Lankhaar (UMC Utrecht) en Marleen van Valkenhoef (SON)