Algemeen: Moet ik nuchter bloedprikken?

Hierover wordt verschillend gedacht.

Sommige artsen adviseren om nuchter te prikken, andere adviseren om dit juist niet te doen. Maak hierover een afspraak met uw arts.

Als niet nuchter geprikt wordt, ligt de TSH waarde iets lager en de FT4 waarde iets hoger dan als wel nuchter wordt geprikt, hier moet met het interpreteren van de waarden rekening gehouden worden. Bij alleen T4 gebruik schommelen de waarden niet sterk over de dag. Als naast T4 ook T3 geslikt wordt, zijn de schommelingen sterker. Er wordt geadviseerd om steeds op een vast moment te laten prikken.

Algemeen: Als ik niet nuchter prik, wat verandert dat aan de uitslagen?

Ongeveer 2 uur na het slikken van de hormonen krijg je een piek te zien in het bloed, dus de TSH wordt een beetje lager, de FT4 wordt hoger. Als je ook T3 gebruikt, kun je ook een toename van de FT3 zien in je bloed.

Algemeen: Hoe lang na een verandering in de dosis van mijn medicatie moet ik prikken?

Na 6 weken zijn de waarden in je bloed stabiel. Dus pas na minimaal 4, maar liefst na 6 weken weer prikken. Na 8 weken prikken is ook niet ongewoon. Het effect van een verandering van de dosis kan soms nog langer duren dan in het bloed te zien is.

Algemeen: Bij welke bloedwaarden ben ik goed ingesteld?

In de eerste plaats is dat per persoon verschillend! Er moet altijd gezocht worden naar de persoonlijk beste waarde. Een TSH waarde onder de 2 is daarvoor vrijwel altijd een vereiste, maar er zijn ook mensen die zich juist bij een hogere TSH het beste voelen. Bij behandeling met alleen T4 moet de FT4 bloedwaarde in de bovenste helft van de normaalwaarde liggen, soms zelfs iets daarboven.

Normaal referentiewaarde: 

TSH – 0.4 tot 4.0 mU/l 

FT4 – 9 tot 24 pmol/l

Algemeen: Ik lees steeds dat de referentiewaarden voor TSH niet kloppen, hoe zit dat precies?

De bovengrens voor de referentiewaarden ligt bij de meeste labs nog steeds rond de 4. De ervaring leert echter dat iemand met een TSH van boven de 2 al hypothyreoïdie-klachten kan hebben! Recent onderzoek steunt dit, in Amerika is onlangs de bovengrens van de referentiewaarden van TSH naar beneden gesteld tot 3.

Deze normaalwaarden gelden vóór de diagnose. Bij behandelde hypothyreoïdie moet bij vrijwel alle patiënten een TSH < 2 hebben. Veel patiënten voelen zich tevens pas echt goed bij een TSH < 1.

Algemeen: Wat is een auto-immuunziekte?

Een auto-immuunziekte is een ziekte die ontstaat doordat het afweersysteem (ofwel immuunsysteem) in ons lichaam zich abnormaal gedraagt. Normaal maakt het immuunsysteem afweerstoffen tegen schadelijke indringers van buitenaf (ziekteverwekkers). Bij een auto-immuunziekte maakt het systeem echter afweerstoffen tegen een deel van het eigen lichaam.

Als het immuunsysteem antistoffen maakt tegen de schildklier, dan kan dit tot een hyperthyreoïdie (ziekte van Graves/Basedow)of een hypothyreoïdie (ziekte van Hashimoto) leiden.

Algemeen: Zijn alle schildklieraandoeningen auto-immuun?

Niet alle schildklieraandoeningen zijn auto-immuunziekten. Zo is schildklierkanker geen auto-immuunziekte. Maar ook kan een aandoening van de hypofyse zorgen voor te veel of te weinig schildklierhormoon.

Andere voorbeelden van auto-immuunziekten zijn:

  • pernicieuze anemie (een vorm van bloedarmoede)

  • vitiligo (een huidaandoening waarbij pigmentloze vlekken ontstaan)

  • diabetes mellitus (suikerziekte)

  • de ziekte van Addison (ziekte van de bijnierschors)

  • reumatoïde artritis (gewrichtsontsteking).

Hoewel auto-immuunziekten vaak in combinatie voorkomen, kunnen we niet zeggen dat de ene ziekte de andere veroorzaakt. De ziektebeelden gedragen zich helemaal onafhankelijk van elkaar. Over het ontstaan van auto-immuunziekten weten we nog niet genoeg. Daardoor kunnen artsen en wetenschappers nog geen medicijnen ontwikkelen die het ontstaan in een vroeg stadium zouden kunnen tegenhouden.

Auto-immuun aandoeningen kunnen in een aantal gevallen worden ontdekt, door het aantonen van specifieke antistoffen in het bloed.

Hypothyreoïdie: Secundaire hypothyreoïdie, sub-klinische hypothyreoïdie… wat is dat allemaal?

Subklinische hypothyreoïdie is een toestand met een verhoogde TSH=waarde maar een nog normale FT4-waarde.

Vroeger dacht men – ten onrechte (maar dat is helaas nog niet tot iedere arts doorgedrongen) dat dit niet gepaard kon gaan met hypothyreoïdie-klachten. Vandaar de benaming subklinisch (zonder zichtbare klachten).

Als de oorzaak van de hypothyreoïdie in de schildklier ligt, wordt gesproken van primaire hypothyreoïdie. Als de oorzaak in de aansturing van de schildklier ligt, dan noemt men dat secundaire hypothyreoïdie (hypofyse is de oorzaak) of tertiaire hypothyreoïdie (hypothalamus is de oorzaak). Bij vrijwel alle patiënten is sprake van primaire hypothyreoïdie. Secundaire en tertiaire hypothyreoïdie worden ook wel centrale hypothyreoïdie genoemd, en gaan vaak ook gepaard met uitval van de aansturing van bijnieren en eierstokken/testes.

Hypothyreoïdie: Is hypothyreoïdie erfelijk?

Aangeboren hypothyreoïdie (CHT) wordt soms veroorzaakt door een gen-afwijking, die erfelijk kan zijn, maar dit meestal niet is. De meest voorkomende oorzaak van hypothyreoïdie is echter een auto-immuunreactie tegen de schildklier. Vaak hebben binnen een familie meerdere mensen schildklier- en/of andere auto-immuunziekten. Deze ziektes zijn niet erfelijk, maar de aanleg voor deze ziekten wel. Aanleg wil zeggen dat je er niet ziek van hoeft te worden, ook al heb je de afwijkende genen.

Welke genen verantwoordelijk zijn voor auto-immuun schildklierziekten is (nog) niet bekend.