Auto-immuunaandoening en antistoffen

Veel schildklierziekten hebben te maken met een niet goed werkend afweersysteem van het lichaam. Voorbeelden van dergelijke ziekten zijn de ziekte van Hashimoto, de ziekte van Graves en postpartum thyreoïditis. De auto-antistoffen kunnen van invloed zijn op het zwanger worden en zwanger blijven.

TPO-antistoffen

Vrouwen met TPO-antistoffen worden wat moeilijker zwanger dan vrouwen zonder deze antistoffen. Vrouwen met TPO-antistoffen hebben ruim twee keer zoveel kans op een miskraam. Ook wanneer de TSH- en FT4-waarde binnen de normaalwaarden blijven. Het zijn waarschijnlijk niet de TPO-antistoffen zelf die de miskraam veroorzaken. De antistoffen zijn een signaal dat er een onbalans is in het immuunsysteem. Mogelijk maakt de vrouw ook antistoffen aan die zich keren tegen het ongeboren kind. Het kind bestaat immers voor vijftig procent uit lichaamsvreemd weefsel, afkomstig van de vader. Zwangere vrouwen met TPO-antistoffen hebben een grotere kans om een lichte hypothyreoïdie te ontwikkelen. Het is nog niet voldoende aangetoond dat behandeling met levothyroxine het risico op miskraam of vroeggeboorte verkleint. Het is bekend dat de helft van de vrouwen met TPO-antistoffen na de bevalling een tijdelijke of blijvende schildklierziekte ontwikkelt (postpartum thyreoïditis).

Tijdens de zwangerschap neemt de hoeveelheid TPO-antistoffen af. Deze daling gaat meestal gepaard met een afname van de klachten van een aanwezige auto-immuunziekte. Het immuunsysteem is nu op een wat andere manier actief (onderdrukt) zodat het ongeboren kind niet als ‘vreemd weefsel’ wordt gezien en wordt afgestoten.

Er zijn geen aanwijzingen dat TPO-antistoffen schadelijk zijn voor de ontwikkeling van het ongeboren kind. Soms wordt selenium, een voedingssupplement, aangeraden om de hoeveelheid TPO-antistoffen te verlagen. Maar omdat selenium de kans op diabetes type II lijkt te vergroten, wordt het afgeraden om deze voedingssupplementen zomaar en te lang te gebruiken.

TSH-receptor antistoffen

TSH-receptor-antistoffen komen voor bij 95% van de mensen die een actieve Graves ziekte hebben. Antistoffen verminderen tijdens de zwangerschap. Als er veel TSH-receptor-antistoffen aanwezig zijn na de 20e-28e week van de zwangerschap, dan kan het ongeboren kindje hierdoor hyperthyreoïdie krijgen. Daarom moeten vrouwen met de ziekte van Graves en vrouwen die ooit behandeld zijn voor de ziekte van Graves, hierop worden getest, b.v. in de 20e-28e week van de zwangerschap.

Hypothyreoïdie

Bij een hypothyreoïdie kunt u tijdens de zwangerschap het beste als medicijn levothyroxine gebruiken. Levothyroxine bevat het T4-hormoon wat onmisbaar is voor de moeder en voor het ongeboren kind. Cytomel (T3) en dierlijk schildklierhormoon mag u tijdens de zwangerschap niet gebruiken, omdat de veiligheid van het gebruik van deze medicijnen in de zwangerschap onvoldoende zeker is.
Wanneer u Cytomel of dierlijk schildklierhormoon gebruikt, overleg dan met uw arts vóór u zwanger wordt, hoe u kunt overstappen op levothyroxine.
Overstappen tijdens de zwangerschap leidt tot ongewenste hormoonschommelingen die nadelig zijn voor moeder en kind.

Hyperthyreoïdie

Bij een hyperthyreoïdie - meestal de ziekte van Graves - bestaat de behandeling in eerste instantie uit schildklier-remmende medicijnen (thyreostatica) en levothyroxine. Komt de ziekte na het staken van de behandeling terug dan is een behandeling met radioactief jodium of een operatie vaak de volgende keuze.

Zorg er voor dat u deze behandelingen niet tijdens een zwangerschap hoeft te ondergaan. Thyreostatica passeren de placenta en kunnen schadelijk zijn voor de ontwikkeling van de foetus. Er kunnen aangeboren afwijkingen ontstaan, hoewel het risico hierop klein is, m.n. wanneer de thyreostatica in lage doses gegeven worden.
Radioactief jodium mag beslist niet worden gegeven tijdens de zwangerschap en een operatie heeft altijd een risico in zich voor moeder en kind.

Na de behandeling met radioactief jodium wordt aangeraden om zes maanden te wachten voor u zwanger wordt. Binnen deze wachttijd bestaat er een risico voor mogelijke schade voor het ongeboren kind door de behandeling met de radioactieve stoffen bij de moeder. Deze wachttijd geldt ook voor mannen na een behandeling met radioactief jodium.

Voor een vrouw, die veel TSH-receptor-antistoffen in haar bloed heeft en binnen 2 jaar zwanger wil worden, is opereren een goede keus. TSH-receptor-antistoffen stijgen namelijk vaak na een radioactieve jodium behandeling en blijven daarna nog maanden verhoogd."

Bij een operatie wordt (een deel van) de schildklier verwijderd. Deze operatie heeft het risico op beschadiging van de stembanden en de bijschildklieren. Er is een kleine kans dat de hyperthyreoïdie terugkomt. Vaker maakt de schildklier na de operatie te weinig hormoon aan en er ontstaat een hypothyreoïdie.

Werkt de schildklier te langzaam na de behandeling met radioactief jodium of een operatie dan duurt het nog enige tijd voordat de juiste dosis levothyroxine is gevonden. Om de vier à zes weken TSH- en FT4-waarden laten bepalen en de dosis zo nodig aanpassen, geven het snelst een goed resultaat. Hierbij is een goede TSH-waarde het belangrijkst.
Toch is vaak geduld nodig omdat het van het grootste belang is om pas zwanger te worden wanneer de schildklierwaarden optimaal en stabiel zijn. U moet hierbij rekening houden met minimaal zes maanden voor u goed bent ingesteld op de juiste dosis levothyroxine.