Vrijwel altijd zal de behandeling schildklierkanker uit een operatie bestaan. Hierbij wordt de schildklier volledig verwijderd. Alleen wanneer er sprake is van een kleine tumor kan er reden zijn geen verdere operatie en/of nabehandeling te geven. Tegenwoordig worden – bij toeval steeds meer kleine waarschijnlijk weinig groeiende tumoren ontdekt.

Als er wel besloten wordt voor nabehandeling kan nog een bestraling volgen met radioactief jodium. Heel soms is uitwendige bestraling (radiotherapie) nodig.
Door de verwijdering van de schildklier ontstaat er een tekort aan schildklierhormoon en zal levenslang vervangend schildklierhormoon moeten worden gebruikt.

Nabehandeling

(Alleen voor papillair en folliculair carcinoom)
De cellen van deze vormen van schildklierkanker kunnen jodium opnemen. Hierdoor kunnen ze worden behandeld met radioactief jodium en kunnen eventuele achtergebleven cellen na de operatie alsnog worden vernietigd (
ablatie).
Voor een algemene controle op de aanwezigheid van schildkliercellen wordt in het bloed getest op
thyreoglobuline (dit is een eiwit dat specifiek door schildkliercellen wordt gemaakt). Daardoor kan het na een schildklieroperatie gebruikt worden als tumormarker die aangeeft dat er 'ergens' nog schildkliercellen zijn. Na behandling met radioactief jodium kan het een aanwijzing zijn voor uitzaaiingen.

 

Thyrogen

Thyrogen is synthetisch gefabriceerde TSH. Het kan worden toegediend om eventueel in het lichaam aanwezig schildklierweefsel te activeren, thyreoglobuline te produceren, en jodium op te nemen. Door toediening van dit medicijn kunnen eventuele uitzaaiingen worden opgespoord én beter worden behandeld. Thyrogen heeft hetzelfde effect als het staken van het innemen van schildklierhormoon, waardoor de hypofyse extra TSH gaat aanmaken. Afhankelijk van de situatie van de patient wordt gekozen voor een thyrogeninjectie of het tijdelijk stoppen van schildklierhormoon. 

 

Nabehandelen met radioactief jodium

Met radioactief jodium kan eventueel achtergebleven of uitgezaaide cellen schildklierweefsel worden vernietigd. De hoogte van de straling is gering en ongevaarlijk voor de rest van het lichaam. Bij een behandeling met radioactief jodium worden er maatregelen genomen om het lichaam optimaal voor te bereiden voor de behandeling.

 

Jodiumarm dieet

Om te zorgen dat de tumorcellen optimaal het radioactieve jodium op zullen nemen wordt ter voorbereiding een jodiumarm dieet voorgeschreven.

De behandeling met radioactief jodium vindt plaats tijdens een geïsoleerde opname van enkele dagen op een gespecialiseerde afdeling. Na de eerste dag zal het radioactieve jodium dat niet is opgenomen in de cellen, via de urine het lichaam verlaten. Na ongeveer 7 dagen is de straling van het jodium dat wel is opgenomen gehalveerd; na 14 dagen voor 3/4 verdwenen, etc. Op basis van de gemeten straling kan de patiënt na enige dagen de speciale afdeling verlaten. De patiënt krijgt dan nog wel beperkende instructie mee ten aanzien van omgang met gezinsleden. Het niet mogen aanraken of in de buurt mogen zijn van de (kleine) kinderen, maakt deze behandeling vrij belastend voor patiënt en gezin.

De behandeling bestond in het verleden uit jodium opgelost in water en werd daardoor 'de slok' genoemd. Tegenwoordig wordt het jodium toegediend in een capsule.