grof instellen

De behandelaar probeert de TSH-waarde (en de FT4-waarde) binnen de normaalwaarden te krijgen. Daarom wordt levothyroxine voorgeschreven. In deze fase spelen bloedwaarden een grotere rol dan bij het fijn-instellen. 

TSH-waarde is leidend
Als de schildklier zelf oorzaak is van onvoldoende schildklierhormoon, dan is de TSH-waarde leidend. Deze geeft heel nauwkeurig de stand van zaken weer en kan dus het beste gebruikt worden om het instellen te sturen.

De behandelaar schat aan de hand van bloedwaarden in hoeveel schildklierhormoon een patiënt tekort komt. De lichamelijke behoefte aan schildklierhormoon is ruwweg 1,6 microgram per kilo lichaamsgewicht per dag. Werkt de schildklier nog gedeeltelijk, dan is de behoefte aan aanvullend schildklierhormoon uiteraard lager. De behandelaar werkt bij voorkeur in grote stappen toe naar normaalwaarden om het instelproces zo kort mogelijk te houden.

  • Begin met een startdosis op basis van de bloedwaarden. Als een groot tekort aan schildklierhormoon snel is ontstaan, kan begonnen worden met een volledige dosis tot een maximum van 100 tot 125 microgram per dag. Anders kan worden gestart met een dosis van 25 tot 50 microgram, die bij een goede reactie na 2 weken kan worden verdubbeld.
  • Als de patiënt heftig reageert op het schildklierhormoon dan snel terugschakelen naar een langzamere opbouw. Bij 60-plussers en mensen met hartproblemen is in ieder geval een langzame opbouw nodig.

Normaalwaarden

De normaalwaarden voor TSH en schildklierhormoon (FT4) zijn bepaald op basis van grote groepen uit de bevolking. De gebruikelijke ondergrens voor TSH is 0,4, de gebruikelijke bovengrens is 4,0 mE/liter.

 plaatje normaalwaarden folder ztekst

 

De eerste fase van het instellen is klaar als TSH (en FT4) ongeveer binnen de normaalwaarden vallen. Maar dan is het instellen zeker nog niet klaar!

 

Toelichting normaalwaarden

Per laboratorium zijn de grenzen bepaald van het gebied van TSH waarde dat we als normaal beschouwen. Ook voor andere bloedwaarden zijn deze intervallen bepaald. De gebruikelijke ondergrens voor TSH is tussen de 0,30 en 0,50 de bovengrens tussen 4,0 en 5,0 mE/liter.
Voor vrijT4 (FT4) zijn de normaalwaarden tamelijk verschillend per laboratorium, 9 – 19 en 12 – 24 komen voor, in picomol per liter.

De normaalwaarden verschillen per laboratorium omdat de gebruikte analysemethode anders is en omdat de betrokken groep anders van samenstelling is. We zien hieraan al dat het moeilijk is waarden tussen laboratoria te vergelijken. Ga daarom zoveel mogelijk steeds naar hetzelfde lab. Vergelijking is wel mogelijk in relatie tot de normaalwaarden. Houd de normaalwaarden daarom altijd bij samen met de gemeten bloedwaarde.